| Algemeen Wanneer
een instelling voor openbare uitlening, zoals een bibliotheek
of een mediatheek, bv. een boek, een partituur, een cd of
een dvd uitleent, hebben de rechthebbenden voor dat uitgeleende
werk recht op een vergoeding. Het gaat om tienduizenden rechthebbenden
in binnen- en buitenland voor een nog veel groter aantal uitgeleende
werken per jaar.
Het principe van het leenrecht werd wettelijk verankerd in
de Wet
van 30 juni 1994 op de auteursrechten en de naburige rechten.
Pas in 2004 volgde het uitvoeringsbesluit dat de concrete
modaliteiten regelde (K.B.
van 25 april 2004) en in 2005 werd de beheersvennootschap
Reprobel belast met de inning en de verdeling van het leenrecht
(K.B.
van 7 april 2005). Dit mandaat werd verlengd tot 31 december
2006 (K.B.
van 26 oktober 2005) en met het K.B.
van 15 december 2006 werd Reprobel zonder einddatum belast
met de inning en de verdeling van de vergoeding voor openbare
uitlening.
Reprobel kan die vergoedingen ofwel rechtstreeks bij de openbare
uitleeninstellingen ofwel onrechtstreeks (gecentraliseerd)
via de gemeenschappen innen. Zonder onvoorziene omstandigheden
ziet het er naar uit dat elk van de drie gemeenschappen in
ons land (Vlaamse Gemeenschap, Duitstalige Gemeenschap en
Franse Gemeenschap) telkens één betaling zal
verrichten voor de jaren 2004, 2005 en 2006, in naam van de
openbare uitleeninstellingen waarvoor ze verantwoordelijk
zijn.
De bedragen die de gemeenschappen zullen betalen blijven beperkt,
omdat de uitvoeringsbesluiten die de inning van het leenrecht
regelen gewag maken van 1 euro per jaar per volwassen ontlener
en 0,5 euro per minderjarige ontlener. Toch is met deze regelingen
een belangrijke stap gezet in de richting van een volwaardig
leenrecht.
In 2003 was er in Vlaanderen een eenmalige leensubsidie. Nederlandstalige
literaire auteurs en vertalers kregen een subsidie in afwachting
van de invoering van het leenrecht. De tarieven die voor het
leenrecht bij Koninklijk Besluit zijn vastgelegd, zullen er
echter voor zorgen dat het leenrecht dat zal kunnen worden
uitgekeerd, vele malen lager zal liggen dan wat de leensubsidie
destijds betekende. In de Franse en Duitstalige Gemeenschap
bestond geen systeem van leensubsidie.
Hoe verloopt de verdeling van het
leenrecht in de praktijk?
Eerst is er de primaire verdeling, of de
verdeling tussen rechthebbenden die vertegenwoordigd worden
door de aangesloten vennootschappen binnen Reprobel (in grote
lijnen: de rechthebbenden van de ‘gedrukte materialen’)
en de rechthebbenden die vertegenwoordigd worden door de aangesloten
vennootschappen binnen Auvibel (in grote lijnen: de rechthebbenden
van de ‘audiovisuele materialen’). Reprobel en
Auvibel zijn het eens over dit principe, maar moeten nog een
verdeelsleutel voor deze primaire verdeling vastleggen.
De volgende stap is de secundaire
verdeling, of de verdeling tussen de beheersvennootschappen
die lid zijn van Reprobel en Auvibel, via de zogenaamde colleges.
Die colleges bestaan uit vertegenwoordigers van de diverse
beheersvennootschappen, die werken op basis van mandaten van
rechthebbenden. Binnen Reprobel is er een Auteurscollege en
een Uitgeverscollege. De verdeelsleutel tussen uitgevers en
auteurs is al bij wet vastgelegd, namelijk 70% voor de auteurs
en 30% voor de uitgevers. Bij Auvibel is de verdeelsleutel
binnen de colleges ook al vastgelegd.
De volgende stap is de tertiaire verdeling:
per college wordt een verdeelbarema opgesteld dat bepaalt
welke verdeelsleutels gehanteerd worden voor de verdeling
van de leenvergoedingen onder de Belgische en de buitenlandse
auteurs per categorie van werk (Auteurscollege) en de Belgische
en de buitenlandse uitgevers per drager (Uitgeverscollege).
Deze verdeelbarema's hebben vooraf de goedkeuring nodig van
de federale Minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen, na
advies van de controledienst. Op basis van deze verdeelbarema’s
kunnen de diverse beheersvennootschappen dan geld opvragen
voor de rechthebbenden die ze vertegenwoordigen. Voor de buitenlandse
rechthebbenden zal er gepoogd worden om zoveel mogelijk via
de nationale leenrechtorganisaties te werken en akkoorden
te sluiten. Op die manier komen de geïnde bedragen terecht
bij de grote groep van rechthebbenden: schrijvers en vertalers,
illustratoren, fotografen, uitgevers, componisten, musici,
acteurs, producenten en anderen.
Wanneer krijg ik mijn leenvergoeding uitbetaald ?
De timing waarbinnen de respectievelijke inningen betaald
worden, een verdeelsleutel tussen Auvibel en Reprobel wordt
vastgelegd en de barema’s binnen de respectievelijke
colleges worden opgesteld en goedgekeurd door de federale
Minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen na advies van de
controledienst, heeft uiteraard een weerslag op het tijdstip
waarop geld aan rechthebbenden kan worden uitgekeerd.
Voor de lijst van beheersvennootschappen die zijn aangesloten
bij Reprobel, klikt u hier.
Voor de lijst van beheersvennootschappen die zijn aangesloten
bij Auvibel, klikt u hier.
|