Lexicon

Aangifte (kopieën en toestellen): zowel de vergoedingsplichtigen (degenen die de ‘evenredige vergoeding’ op kopieën moeten betalen) als de bijdrageplichtigen (degenen die de ‘forfaitaire’ vergoeding op toestellen moeten betalen) moeten jaarlijks aangifte doen bij Reprobel. In het eerste geval gaat het over een raming van het aantal kopieën van beschermde werken, in het tweede geval over het aantal en het type toestellen dat ze op de Belgische markt hebben gebracht. Reprobel kan die aangiftes betwisten maar streeft zoveel mogelijk naar onderhandelde oplossingen.

Auteurscollege en Uitgeverscollege: de Colleges verdelen de vergoedingen die Reprobel int uit reprografie en openbaar leenrecht onder de beheersvennootschappen van resp. auteurs en uitgevers die lid zijn van die Colleges, op basis van verdeelbarema’s en -regels die die beheersvennootschappen in onderling akkoord vaststellen. Het Auteurscollege groepeert de Belgische beheersvennootschappen van auteurs (Assucopie, Jam, Sabam, Sacd, Scam, Sofam en Vewa), terwijl het Uitgeverscollege de Belgische beheersvennootschappen van uitgevers groepeert (Copiebel, Copiepresse, Librius, Reprocopy, Repro PP, Repropress, Sabam en Semu).

Auteursrecht: iedereen die een auteursrechtelijk werk maakt (dat is een werk dat de persoonlijke stempel van de auteur draagt en het resultaat is van een intellectuele of creatieve inspanning) heeft het exclusieve recht om dat werk te laten reproduceren, in een niet-tastbare vorm beschikbaar te stellen, vertalen, adapteren, verhuren of uitlenen. Dat recht kan worden overgedragen of in licentie gegeven (bv. aan een uitgever), om het op die manier te gelde te maken. Op het exclusieve recht bestaan wettelijke uitzonderingen (bv. de parodie of het citaatrecht), die gebruikers toelaten om binnen bepaalde grenzen handelingen te stellen zonder de toestemming van auteur of uitgever. Als daartegenover een wettelijk geregelde collectieve vergoeding staat, is er sprake van een wettelijke licentie.

Bedrag in Afwachting: de reserves die Reprobel wettelijk verplicht moet aanleggen, bv. om nog niet aangesloten rechthebbenden te voldoen, om correctieverdelingen te doen of om buitenlandse beheersvennootschappen waarmee een wederkerigheidsakkoord wordt gesloten te betalen voor het verleden.

Beheersvennootschap: een privé-vennootschap die is vergund door de overheid en werkt onder haar controle, en die auteursrechten voor rekening van meer dan één begunstigde beheert. Beheersvennootschappen bestaan in essentie in drie vormen: centrale beheersvennootschappen (RRO’s) met een wettelijk monopolie op de inning van vergoedingen uit wettelijke licenties; beheersvennootschappen die dienen als doorgeefluik van die rechten aan hun leden-rechthebbenden (auteurs en uitgevers); en beheersvennootschappen die daarnaast ook welbepaalde exclusieve auteursrechten voor rekening van hun leden beheren.

Boekjaar: het boekhoudkundige jaar, dat in het geval van Reprobel samenvalt met een kalenderjaar.
 
Bijdrageplichtige: de fabrikant, invoerder of “intracommunautaire aankoper” (aankoper binnen de Europese Unie) van kopieertoestellen, multifunctionele apparaten, faxen of scanners, die  een forfaitaire auteursrechtelijke vergoeding moet betalen op de toestellen die hij op de Belgische markt brengt.
 
Buitenlandse mandaten: wederkerigheidsakkoorden of mandaten die Belgische leden/beheersvennootschappen van Reprobel sluiten met buitenlandse beheersvennootschappen - over reprografie of leenrecht voor welbepaalde categorieën van werken of dragers. De vergoedingen die Reprobel in België int voor de betreffende buitenlandse rechthebbenden worden via het lid van Reprobel overgemaakt aan de buitenlandse beheersvennootschap.
 
Digitale onderwijsuitzondering:  Een wettelijke uitzondering op het auteursrecht voor de digitale kopie en de verspreiding van beschermde werken via intranet in onderwijsinstellingen en voor wetenschappelijk onderzoek. De uitzondering is in België al geruime tijd in werking, maar er is nog geen collectieve vergoedingsregeling.
 
Evenredige vergoeding: de collectieve auteursrechtelijke vergoeding voor het kopiëren van auteursrechtelijk beschermd werk. De vergoeding moet worden betaald door bedrijven of instellingen die papieren kopieën maken of kopieertoestellen ter beschikking stellen van anderen (‘vergoedingsplichtigen’). Zij is gebaseerd op een schatting van het aantal kopieën van beschermd werk. Om een efficiënte inning te verzekeren, leidt men het totaal van deze schatting soms af uit andere parameters (zoals het aantal personeelsleden).
 
Forfaitaire vergoeding: de collectieve auteursrechtelijke vergoeding op toestellen waarmee papieren kopieën van beschermde werken kunnen worden gemaakt. De vergoeding moet worden betaald door de fabrikanten, invoerders of ‘intracommunautaire aankopers’ (voor aankopen binnen de EU) van die toestellen, en is gebaseerd op de kopieersnelheid.
 
IFRRO (International Federation of Reproduction Rights Organisations): de internationale federatie van centrale beheersvennootschappen (RRO’s) die actief zijn in het domein van de reprografie (en soms ook van het openbaar leenrecht, de thuiskopie en/of de digitale onderwijsuitzondering). IFRRO heeft zijn zetel in Brussel.

Inningsjaar: het kalenderjaar waarin Reprobel de vergoedingen uit reprografie en openbaar leenrecht daadwerkelijk int.

Multifunctioneel apparaat: een toestel waarmee reproducties van beschermde werken kunnen worden gemaakt en dat verschillende functies combineert (kopiëren, printen, scannen en faxen).

Openbaar leenrecht: een uitzondering op het auteursrecht voor het uitlenen van werken (bv. boeken, tijdschriften, partituren, cd’s, dvd’s) in openbare bibliotheken. De collectieve auteursrechtvergoeding die daartegenover staat wordt geïnd door Reprobel, dat een deel van de vergoeding doorstort aan Auvibel (de centrale beheersvennootschap voor rechthebbenden in de muziek- en audiovisuele sector). De leenrechtvergoeding wordt in Vlaanderen en Duitstalig België centraal betaald door de Gemeenschappen; in Franstalig België wordt individueel bij de bibliotheken geïnd.

Overeenkomst (kopieën): behalve uit aangiften int Reprobel ook een (belangrijk) deel van de collectieve auteursrechtelijke vergoeding voor kopieën (‘evenredige vergoeding’) uit overeenkomsten, die ofwel met bedrijven en instellingen individueel ofwel op sector- of koepelniveau worden gesloten.

Referentiejaar: het jaar waarin de werken waarvoor een vergoeding uit openbare uitlening is verschuldigd, daadwerkelijk werden uitgeleend. 

Reprografie(vergoeding): een uitzondering op het auteursrecht die toelaat om binnen bepaalde grenzen kopieën te nemen uit auteursrechtelijk beschermde werken zonder de toestemming van auteur of uitgever. De kopie moet wel voor privé-of onderwijsdoeleinden of voor wetenschappelijk onderzoek worden gemaakt en mag geen afbreuk doen aan de normale commerciële exploitatie van het werk. Bovendien is de omvang van de kopie soms wettelijk beperkt (bv. bij kopieën uit boeken en partituren). Om auteurs en uitgevers te vergoeden voor het nadeel dat ze daardoor lijden, werd bij wet een collectieve auteursrechtelijke vergoeding ingesteld, de ‘reprografievergoeding’. Het bedrag daarvan is bepaald bij Koninklijk Besluit. De reprografievergoeding bestaat uit een vergoeding voor kopieën van beschermde werken (‘evenredige vergoeding’) en een vergoeding op de toestellen waarmee die kopieën kunnen worden gemaakt (‘forfaitaire vergoeding’). Reprobel mag als enige in België de reprografievergoeding innen.
 
Stand-aloneapparaat: een toestel waarmee reproducties van beschermde werken kunnen worden gemaakt maar dat maar één reproduceerfunctie heeft (kopiëren, printen, scannen of faxen).
 
Terbeschikkingstelling: de terbeschikkingstelling van de vergoedingen uit reprografie en openbaar leenrecht die Reprobel in een welbepaald inningsjaar heeft geïnd aan de Colleges, voor verdeling onder de leden van die Colleges. De vergoedingen uit reprografie komen wettelijk bij helften aan elk van de Colleges toe. Bij openbaar leenrecht is dat wettelijk 70% voor het Auteurscollege en 30% voor het Uitgeverscollege.  Het is de Algemene Vergadering die over de definitieve terbeschikkingstelling beslist. In het laatste kwartaal van elk inningsjaar worden de inningen van de eerste maanden van dat jaar voorlopig ter beschikking van de Colleges gesteld. Een terbeschikkingstelling heeft telkens betrekking op meerdere verbruiksjaren. 

Thuiskopie: een wettelijke uitzondering op het auteursrecht voor de digitale kopie van werken binnen en voor de familiekring. Voorlopig is die uitzondering nog beperkt tot muziek- en audiovisuele werken. De centrale beheersvennootschap Auvibel int de collectieve auteursrechtelijke vergoedingen voor deze uitzondering, die worden geheven op apparaten en dragers waarmee dat soort kopieën kan worden gemaakt. Een K.B. van 2009 heeft deze vergoedingsregeling bij de tijd gebracht. In de toekomst moet de uitzondering worden uitgebreid tot tekst- en visuele werken.
 
Verbruiksjaar: het jaar waarin de kopieën worden gemaakt of de reproductietoestellen op de Belgische markt worden gebracht waarvoor of waarop reprografievergoeding verschuldigd is. Een verbruiksjaar mag niet worden verward met een inningsjaar. Een terbeschikkingstelling heeft betrekking op één inningsjaar maar omvat verschillende verbruiksjaren. De tegenhanger van een verbruiksjaar bij openbaar leenrecht is een referentiejaar.
 
Vergoedingsplichtige: de persoon, de instelling of het bedrijf die de ‘evenredige vergoeding’ op kopieën van beschermde werken moet betalen omdat hij/zij/het die kopieën zelf heeft gemaakt of tegen betaling of gratis een reproductieapparaat ter beschikking van anderen heeft gesteld. In de praktijk gaat het over overheids- en onderwijsinstellingen, bibliotheken, bedrijven en copyshops. Een particulier die thuis een kopie maakt, betaalt geen evenredige vergoeding.
 
Wederkerigheidsakkoord: Werken van Belgische rechthebbenden (auteurs en uitgevers) worden ook in het buitenland gekopieerd. En omgekeerd gebeurt het natuurlijk dat werken van buitenlandse rechthebbenden in België gekopieerd worden. Daarom sluit Reprobel ‘wederkerigheidsakkoorden’ met buitenlandse beheersvennootschappen. De regeling van dit soort vergoedingen gebeurt soms met gesloten beurzen (type B), maar meestal worden reële geldsommen wederzijds uitgekeerd tussen de betreffende beheersvennootschappen (type A).

Wettelijke licentie: een uitzondering op het auteursrecht met een bij wet en K.B. geregelde collectieve auteursrechtelijke vergoedingsregeling. In België bestaan vier wettelijke licenties (reprografie, thuiskopie, openbaar leenrecht en digitale onderwijsuitzondering), waarvan alleen voor de laatste nog geen vergoedingsregeling is uitgewerkt.

 

U bevindt zich hier: Home Over Reprobel Lexicon

Top