Verdeelde bedragen
Uitgevers krijgen loon naar werk
De vergoedingen die Reprobel int, zijn geen vorm van belasting. De geïnde bedragen gaan naar auteurs en uitgevers als vergoeding voor het gebruik van hun werk.
Uitgevers verdienen geld door publicaties te verkopen en soms ook door hun advertentie-inkomsten. Als hun uitgaven gebruikt worden zonder dat daar een vergoeding tegenover staat, verkopen ze minder exemplaren en dalen hun advertentie-inkomsten. U wordt toch ook graag vergoed voor wat u doet?
Met een correcte vergoeding krijgen uitgevers de kans om met eigen middelen te investeren in nieuwe projecten. Daar doet de hele samenleving haar voordeel mee.
Strikte spelregels
De verdeling van auteursrechten gebeurt niet willekeurig of duister. De overheid legt strikte spelregels vast:
- voor reprografie gaat 50% van de door Reprobel geïnde bedragen naar de auteurs en 50% naar de uitgevers;
- voor leenrecht gaat 70% naar de auteurs en 30% naar de uitgevers;
- de beheerskosten van Reprobel zijn beperkt;
- de interne verdeelreglementen van Reprobel worden goedgekeurd door de overheid;
- de algemene vergadering van Reprobel ziet toe op een correcte verdeling;
- Reprobel zet een beperkt deel van de vergoedingen opzij als reserve en verdeelt die na een paar jaar integraal;
- de overheid heeft – via de Controledienst voor de vennootschappen en via de minister – inzage in de verdeling en kan desnoods ingrijpen.
Kostenbewust beheer
De algemene vergadering van Reprobel bestaat uit vertegenwoordigers van auteurs en uitgevers. Zij hebben er alle belang bij dat de beheerskosten van Reprobel beperkt blijven. Zo gaat er meer geld naar de rechthebbenden.
Alle interesten op de geïnde bedragen worden verdeeld onder auteurs en uitgevers. Reprobel heeft er dus geen belang bij de betaling aan de rechthebbenden uit te stellen.
De verdeling onder uitgevers in de praktijk
Het Uitgeverscollege van Reprobel verdeelt de vergoedingen voor de uitgevers. Het gaat om vergoedingen die in België geïnd zijn én vergoedingen die buitenlandse zusterorganisaties doorgestort hebben. Twee keer per jaar worden bedragen ter beschikking gesteld.
Stap 1: Op basis van onderzoek wordt objectief en transparant vastgelegd welk bedrag elke categorie van werken krijgt:
- boeken
- dagbladen
- tijdschriften
- partituren
- andere dragers
Stap 2: Er wordt een deel gereserveerd voor buitenlandse uitgevers en op uitdrukkelijke vraag van de overheid wordt een beperkt deel opzijgezet voor late opeisingen of kleine correcties. Na een paar jaar worden ook die bedragen integraal verdeeld.
Stap 3: Uitgevers zijn doorgaans aangesloten bij een uitgeversvennootschap: Copiebel, Copiepresse, Librius, Reprocopy, Repro PP, Repropress, Sabam of Semu. Het gewicht dat ze in elke categorie leggen (specialisatie, aantal leden, aantal aangegeven publicaties/exemplaren) bepaalt het bedrag dat elk van de beheersvennootschappen ontvangt.
Stap 4: De beheersvennootschappen storten de vergoedingen door naar hun leden. Voor de beheersvennootschappen gelden dezelfde strikte spelregels als voor Reprobel. De vergoedingen komen dus wel degelijk terecht bij wie daar recht op heeft.
